Apollo Tyres wil vooruit

Band 2026-1, februari 2026

Maar blijft met beide benen op de grond

Apollo Tyres heeft een sterke Europese reputatie, met de merken Apollo en Vredestein. De onderneming heeft een genuanceerde boodschap als het om duurzaamheid gaat: Apollo Tyres wil wel, kan veel, maar botst ook geregeld op de grenzen van wat technisch en administratief haalbaar is. Henri de Leeuw, Divisional Head Product Technical Services, verwoordt het helder: "We moeten én willen verduurzamen, maar het moet ook werkbaar blijven."

De Leeuw spreekt als technicus én bestuurder – hij vertegenwoordigt Apollo Tyres in het bestuur van de Vereniging Band en Milieu.. Vanuit die dubbele blik ziet hij dagelijks hoe de duurzame transitie zich in de praktijk ontvouwt: van R&D-afdeling tot rubberplantage, van productielijn tot Europese wetgever. "De richting is goed, daar is geen discussie over", zegt hij. "Maar net als iedereen willen we ook graag sneller."

Ontwerp en ontwikkeling: duurzaamheid inbouwen zonder concessies

"Mijn afdeling is de brug tussen techniek en markt", vertelt De Leeuw. "Wij vertalen wat klanten ervaren (de 'voice of customer' 0 naar verbeteringen in productontwerp. Als we afwijkingen zien, gaan die terug naar R&D. Zo blijft kwaliteit continu onderwerp van gesprek." Diezelfde keten van terugkoppeling ligt aan de basis van Apollo's duurzaamheidsaanpak. "In de jaren '90 ging het bij bandenontwikkeling vooral alleen over prestaties: grip, comfort, geluid", zegt De Leeuw. "Over wat er ná gebruik gebeurde, werd minder nagedacht. Nu is dat totaal veranderd. Door de Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) moeten we van meet af aan nadenken over de hele levenscyclus."

"Veiligheid en performance blijven altijd nummer één. Maar rolweerstand, slijtage en recyclebaarheid zijn inmiddels vaste parameters in elk ontwikkelprogramma." Het ontwikkelproces zelf is volgens De Leeuw "veel duurzamer geworden". Waar vroeger talloze proefbanden werden gemaakt en getest, gebruikt Apollo Tyres vandaag geavanceerde simulatiemodellen. "We kunnen constructies digitaal doorrekenen en compoundgedrag virtueel voorspellen. Daardoor hoeven we minder fysieke prototypes te maken. Dat bespaart materiaal, energie en tijd." Hij noemt het een stille revolutie: van trial-and-error naar model-gedreven ontwikkeling. "Je kunt nu twintig virtuele varianten valideren waar we vroeger vier echte banden voor maakten. Dat versnelt innovatie en verlaagt de milieu-impact."

De volgende uitdaging: beter recyclebare banden

"Het lijkt er op dat devulkanisatie nog steeds de meest veelbelovende route is. We maken verbindingen met zwavel – dat proces is onomkeerbaar. Zolang we die chemische puzzel niet hebben opgelost, blijft het lastig om gebruikt bandenrubber te hergebruiken in nieuwe banden." Toch zoekt Apollo Tyres actief naar oplossingen. "Stel dat er een alternatief voor zwavel wordt gevonden, een stof die dezelfde sterkte geeft maar waarbij de verbindingen tussen de polymeren ook weer simpel losgemaakt kunnen worden, dan zou dat een doorbraak zijn." Binnen de Nederlandse samenwerking met UPTYRE werkt Apollo aan selectieve devulkanisatie: loopvlakken bij loopvlakken, zijwanden bij zijwanden. "Vroeger gooiden we de hele band op één hoop. Nu sorteren we per mengsel. Dat lijkt een detail, maar het kan het verschil maken tussen een matig en een hoogwaardig recyclaat." De Leeuw is duidelijk opgetogen over de ontwikkelingen in het UPTYRE project waarin Apollo Tyres participeert (zie ook artikel UPTYRE op pagina 30 van Band of via deze link).

Binnen dit project is de afgelopen jaren bovendien merkbare vooruitgang geboekt. De eerste pilots tonen aan dat het resultaat van devulkanisatie beter wordt, vooral bij zorgvuldig gescheiden rubberfracties. "We zien nu echt functioneel materiaal terugkomen", zegt De Leeuw. "Het is nog geen massaproductie, maar het laat zien dat we meer kunnen terugwinnen dan we dachten." Volgens De Leeuw ligt de kracht van UPTYRE in de samenwerking tussen industrie, kennisinstellingen en recyclers: "Iedere partij brengt zijn eigen expertise in – dat versnelt het leerproces. We staan nog aan het begin, maar het begint te werken."

Productie: schoner, slimmer, zuiniger

Ook de productie is in hoog tempo verduurzaamd. "We stellen harde doelen", zegt De Leeuw. "Energie- en waterverbruik 35 % omlaag in 2030 ten opzichte van 2016, dat is realistisch én noodzakelijk." Alle fabrieken van Apollo Tyres zijn ISO 14001-gecertificeerd, met scherp toezicht op milieu-effecten. Een belangrijk instrument is het Apollo Total Quality Management (ATQM)-systeem, gebaseerd op de bekende PDCA-cyclus – Plan, Do, Check, Act. "Het gaat erom continu te verbeteren, niet alleen op papier maar in het dagelijks werk. Elke operator weet precies welke parameters hij moet controleren. Zo houd je processen stabiel en beperk je scrap en verspilling." Scrap, afval uit de productie, zal nooit nul worden, erkent De Leeuw, maar door betere procesbeheersing en bewustwording is het veel minder geworden." Daarnaast speelt automatisering een grote rol. "De handarbeid neemt af, precisie neemt toe. Dat is goed voor de veiligheid én voor het milieu."

Inkoop: maatschappelijk verantwoord vanaf de bron

De duurzaamheidsambitie begint bij de grondstoffen. Apollo Tyres volgt de richtlijn ISO 20400 voor maatschappelijk verantwoord inkopen. "Die richtlijn helpt om duurzaamheidscriteria structureel te verankeren in het inkoopproces. Wie mag wat inkopen, hoe controleer je leveranciers, en hoe borg je dat zij op hun beurt netjes produceren?" Het bedrijf koopt al zijn grondstoffen via erkende leveranciers in en auditeert die regelmatig. "We vragen niet alleen naar ontbossing, maar ook naar arbeidsomstandigheden en energiegebruik. En als een leverancier niet aan onze eisen voldoet, stopt het gesprek." Toch ziet De Leeuw een toenemende administratieve last door Europese regelgeving zoals de EUDR (ontbossingsvrije grondstoffen). "De bedoeling is goed, maar de bewijslast ligt naar ons idee bij de verkeerde partij. Gelukkig zijn we, met sterke ondersteuning van bijvoorbeeld de RecyBEM, hier nog steeds over in gesprek", zegt De Leeuw over de situatie op het moment dat dit gesprek plaatsvindt. De kern van het spanningsveld, volgens De Leeuw: "Europa stelt de juiste doelen, maar vergeet soms dat de wereld daarbuiten niet overal even digitaal of georganiseerd is. De intentie is goed, maar de uitvoering moet eenvoudiger worden. Anders gaat veel tijd en geld naar administratie in plaats van naar echte verduurzaming." Zijn persoonlijke oordeel is nuchter: "Je moet verantwoordelijkheid leggen waar die hoort: bij de producent van de grondstof. Als je de hele keten over reguleert, maken we meer formulieren dan vooruitgang."

Gebruik en levensduur: langer meegaan is de eerste winst

De Leeuw noemt zich "fan van de Ladder van Lansink", de bekende hiërarchie in afvalbeheer. "De beste recycling is geen recycling. Hoe langer een band meegaat, hoe duurzamer hij is." Daarom juicht hij het plan toe om op het EU-bandenlabel binnenkort ook slijtageweerstand te vermelden. "Dat daagt fabrikanten uit om te ontwerpen voor levensduur. En dat is pure preventie: minder grondstoffen, minder afval." Toch blijft de veiligheid leidend. "We maken nooit compromissen op remweg of grip. Duurzaamheid mag nooit ten koste gaan van veiligheid, dat blijft het fundament." Apollo Tyres blijft investeren in uiteenlopende R&D-projecten voor materiaalterugwinning, waaronder RAAK-Pro en UPTYRE, beide gericht op hoogwaardige devulkanisatie. Volgens De Leeuw ligt de vooruitgang in zuiverder materiaalstromen en efficiëntere processen. "Als je het rubber beter scheidt vóór het recyclen, dan houd je een product over dat dichter bij de oorspronkelijke grondstof ligt. Meer virgin zoals we dat wel noemen." Ook het Digital Product Passport (DPP), dat binnenkort Europese verplichting wordt, biedt perspectief. "Als we elke band kunnen identificeren via RFID bijvoorbeeld, weten we straks precies wat erin zit. Dat maakt sorteren en recyclen veel eenvoudiger. We gaan daar zeker in mee, maar ook nog een lange weg te gaan."

Henri de Leeuw wil nog wat kwijt over RecyBEM. Hij spreekt van een vruchtbare samenwerking. "Een samenwerking die al twintig jaar standhoudt omdat we de hele keten meenemen, van inzameling tot verwerking. Dat model werkt. Het is een voorbeeld voor Europa." Hij lacht: "We hoeven niet op de borst te kloppen, maar het is wél iets om trots op te zijn." De Leeuw formuleert het met de nuchterheid van een technicus en de blik van een bestuurder: "Het gaat niet om het hardst roepen dat je duurzaam bent, maar om elke dag beter te worden – in ontwikkeling, productie, recycling. We willen vooruit, maar wel met beide voeten op de grond. Europa en Nederland mogen en moeten de industrie uitdagen, maar ook helpen met de uitvoerbaarheid."