Onderzoek rubbergranulaat

Sporten op SBR-korrels veilig voor mens en dier

SBR granulaat bij correcte aanleg en good housekeeping veilig voor milieu

Het RIVM publiceerde op 3 juli haar rapport over de impact van het gebruik van SBR-rubberkorrels (korrels gemaakt van oude autobanden) op het milieu.

RecyBEM: alle soorten kunstgrasinfill beter opruimen

Alle soorten infill in kunstgras kennen het probleem van verspreiding in de bermen langs de velden. Dit is niet alleen voorbehouden aan SBR-korrels. Hoewel het RIVM-rapport laat zien dat er geen urgent milieuprobleem ontstaat door deze verspreiding, moeten er wel nieuwe manieren moeten worden gevonden om die korrels op een eenvoudige wijze op te ruimen. Dat stelt RecyBEM in een reactie op het vandaag gepubliceerde rapport over de milieu-impact van rubberkorrels in kunstgras.
RecyBEM, regieorgaan voor de inzameling en recycling van autobanden, stelde zo'n tien jaar gelden al vast dat infilllkorrels buiten de velden terechtkomen, door wind, meedragen door spelers en onderhoudswerkzaamheden. Daarom stelde zij in samenwerking met de overheid een zogenoemd 'zorgplichtdocument' op, waarin WORDT beschreven hoe de velden moeten worden aangelegd en welke good housekeeping maatregelen nodig zijn om de verspreiding buiten de velden zoveel mogelijk te voorkomen.
"Blijkbaar heeft dit nog onvoldoende impact gehad. Het infill wordt niet goed opgeruimd. Verspreiding van infillmateriaal is niet wenselijk, of dit nu kurk (behandeld met chemicaliën), TPE (plastic), EPDM (kunststof) of SBR (gemalen autoband) is. Hoewel dit niet leidt tot gevaar voor mens of dier, zorgt het wel voor milieudruk, zoals het RIVM aangeeft. De infill komt in de bermen terecht en dit is dus een vorm van verontreiniging die op een gegeven moment moet worden opgeruimd. Wij zijn al enige tijd in gesprek met experts om nieuwe manieren te bedenken waarmee we verenigingen en terreinbeheerders kunnen helpen infill uit de bermen te verwijderen", zegt Kees van Oostenrijk, directeur van RecyBEM. Zijn organisatie wil hierover het gesprek aangaan met aannemers, veldeigenaren en terreinbeheerders, aangezien deze uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor aanleg en onderhoud van de velden en de infill.

Zink

Het RIVM-rapport gaat ook in op de aanwezigheid van zink in het milieu door de rubberkorrels. Op sommige plekken zijn zinkwaarden gemeten die hoger liggen dan de norm. RecyBEM stelt wel vraagtekens bij de wijze van meten. Van Oostenrijk: "De bodemmonsters bevatten maximaal 3.5% rubberkorrels, blijkt uit het rapport. Vervolgens is de bodem met rubberkorrels en al gemeten op de aanwezigheid van zink. Maar hierdoor is het zink in de rubberkorrels zelf gemeten. De grond is niet eerst gezeefd voordat er werd getest. Dit zegt dus nog steeds niks over de mate waarin zink, dat geen gevaar oplevert voor mensen of dieren maar wel voor kleine waterorganismen, daadwerkelijk in de bodem zelf terecht komt. Wij weten van diverse eerdere onderzoeken van gemeenten dat bij goed aangelegde velden geen zink in de bodem onder de velden terecht komt. Verder is in het STOWA-onderzoek duidelijk geworden dat het water in de sloten rond de velden en het grondwater geen meetbare sporen van zink of andere metalen bevatten. Dit lijkt dus een beheersbare situatie, zeker als de korrels zelf uit de bermen worden verwijderd."

Onterechte focus

RecyBEM heeft moeite met de volledige focus op infill van het type SBR, terwijl ook andere infillsoorten zouden moeten worden beoordeeld. "Met TPE worden microplastics in het milieu verspreid. Bovendien is er aardolie voor nodig om TPE-korrels te maken. Dit leidt ook tot veel uitstoot van CO2. Hetzelfde geldt voor EPDM-korrels. Kurkkorrels worden met chemicaliën behandeld zodat ze niet direct rotten. In alle gevallen valt er veel te onderzoeken, maar dat gebeurt niet. Wat we wel weten is dat het hergebruik van SBR zorgt voor zo'n 20 miljoen kilo minder CO2-uitstoot en de recycling van ongeveer 2 miljoen kilo staal. SBR-korrels kunnen bovendien na gebruik opnieuw worden gebruikt. Hier is dus sprake van een hoge mate van circulariteit. Daarnaast is SBR veel goedkoper dan ieder ander type infill en zijn de speleigenschappen beter. Door alle negativiteit rond dit product zouden we wel eens het kind met het badwater weg kunnen gooien en wij vragen ons af of je dat echt moet willen. De alternatieven zijn veel duurder, terwijl ze geen milieuwinst opleveren", stelt Van Oostenrijk.

Het RIVM heeft met name onderzocht wat er buiten de velden plaatsvindt. Om het onderzoek goed te kunnen plaatsen, is enige context op zijn plaats.

Het gebruik van rubberinfill draagt bij aan de circulaire milieuwaarde van banden.

  • Zoals meer dan 10 jaar geleden al is geconstateerd kan door verkeerd beheer verspreiding van korrels in de directe omgeving (bermen) van de velden plaatsvinden. Dit is inherent aan het gebruik van infill in kunstgrasvelden, ongeacht welk type infill wordt gebruikt. Ook kurkkorrels, synthetische EPDM-korrels en plastic TPE-korrels verspreiden zich buiten het veld. Alle korreltypen die in de berm terecht komen, vormen technisch gezien een verontreiniging. Dit leidt niet tot acute problemen, maar uiteindelijk zal iedere vorm van infill die zich in bermen verspreid wel moeten worden opgeruimd. Dit kan bijvoorbeeld bij reguliere renovatie van het veld.
  • RecyBEM heeft in 2009 een zorgplichtdocument opgesteld, waarin wordt omschreven hoe verspreiding van de korrels buiten de velden kan worden voorkomen, of in ieder geval geminimaliseerd. Als de gebruikers/beheerders voldoende good housekeeping maatregelen nemen, kan veel verspreiding worden voorkomen.
  • Wie bermen langs velden onderzoekt, kan hogere gehalten zink aantreffen als gevolg van de verspreiding van de korrels. De monsters die worden genomen, bevatten dan rubberkorrels. Het zink dat is gemeten, is het zink dat in de korrels zelf zit. De grond wordt niet gezeefd of van korrels ontdaan voordat de analyse naar zink plaatsvindt. Het is technisch onmogelijk dat het zink dat in de korrels zit opgesloten, op grote schaal uitloogt en daadwerkelijk in hoge concentraties in de grond terecht komt. Vele metingen in diverse gemeenten hebben dit in de afgelopen jaren ook uitgewezen.
  • Zink is niet schadelijk voor de gezondheid van de mens, maar kan effect hebben op (water)organismen. In labtesten kan zonder meer worden aangetoond dat bijvoorbeeld watervlooien sterven als zij zwemmen in water met een hoog zinkgehalte. Dat wil echter niet zeggen dat deze gehalten in de praktijk in sloten naast kunstgrasvelden ook worden aangetroffen. Tot op heden is, na ruim 20 jaar gebruik van rubberkorrels in kunstgras, nergens in Nederland melding gemaakt van sterfte onder waterorganismen en/of vissen in sloten rond kunstgrasvelden.

Nederlandse gemeenten hebben veelal niet de keus om geen kunstgras meer toe te passen. Vanuit dit perspectief is het vreemd dat niet alle constructies en materialen op een vergelijkbare wijze worden onderzocht op effecten.

BSNC en 4 gemeenten hebben eerder een indicatieve studie gedaan naar de verspreiding van infill. BSNC heeft een dossier over dit onderwerp: https://www.bsnc.nl/6257-2/ Naast de rapportage vindt u hier onder andere ook een aantal maatregelen om verspreiding te voorkomen. Klik hier voor een presentatie van de gemeenten Utrecht en Den Bosch waarin ze laten zien wat ze in de praktijk al doen om verspreiding te voorkomen danwel te verhelpen.

Een faire behandeling van SBR-rubber ontbreekt

Er is al twee jaar lang veel aandacht voor de impact van het gebruik van SBR-rubberkorrels op gezondheid en milieu. Op geen moment is er een acuut probleem vastgesteld. Op het vlak van gezondheid is inmiddels tientallen keren in de hele wereld vastgesteld dat er géén probleem is. Wat opvalt is dat er veel aandacht is voor korrels gemaakt van gebruikte autobanden (SBR). Dit is inmiddels by far het meest onderzochte type infill voor kunstgrasvelden. Er zijn echter nog andere typen infill: kurk, EPDM en TPE. Kurk is een natuurlijk product, maar krijgt een chemische behandeling om in de buitenlucht op de velden te kunnen blijven liggen zonder direct te rotten. Kurk blijft ongeveer 3 jaar goed en moet dan worden vervangen. EPDM is een synthetische rubber en is onder andere gemaakt van aardoliehoudende grondstoffen. In EPDM zitten, net als in SBR, metalen zoals zink. EPDM is een virgin material. TPE is een plastic, gemaakt van aardolie. In TPE zitten kankerverwekkende weekmakers. Ook TPE is een virgin material.

Over geen van deze alternatieve infillmaterialen worden vragen gesteld – er wordt ook geen onderzoek naar gedaan. Deze materialen zijn wel veel duurder dan SBR-rubber, soms tot 10 keer zo duur. De kosten voor veldeigenaren (gemeenten) om deze materialen in te zetten vallen derhalve fors hoger uit, terwijl speltechnisch, milieutechnisch en gezondheidstechnisch geen daadwerkelijk voordeel kan worden behaald.

Alle negatieve aandacht voor SBR leidt er onherroepelijk toe dat dit product in een verdomhoekje komt, zonder dat hier objectieve redenen voor zijn. Dit kan ertoe leiden dat SBR als infill geen plaats meer heeft in Nederland en mogelijk daarbuiten. In Nederland alleen al betekent dit dat zo'n 3 miljoen banden per jaar moeten worden verbrand in cementovens, voornamelijk buiten Europa, in Azië en Afrika. Dit levert een uitstoot van zo'n 20 miljoen ton CO2 op. 2 miljoen kilo staal zou uit de recyclingketen verdwijnen. De milieuwinst die in de afgelopen 15 jaar is opgebouwd gaat deels verloren. De financiële impact is bovendien enorm: indien SBR als infill zou wegvallen levert dat voor gemeenten in Nederland per jaar een extra kostenpost van minimaal 20 miljoen euro op. Wie nu zou eisen om alle bestaande velden in Nederland te ontdoen van SBR-korrels, realiseert zich wellicht niet dat dit de gemeenschap minimaal 2 miljard euro gaat kosten. Los van het feit dat er onvoldoende alternatief materiaal voorhanden is, de hetze gebaseerd is op mythes ten aanzien van SBR, SBR bewezen veilig is voor de mens en bij goede aanleg en good housekeeping voor het milieu en SBR gewoonweg de beste sporttechnische eigenschappen heeft.

SBR-rubber levert een belangrijke bijdrage aan de circulaire economie in Nederland. Circulariteit, het hergebruik van materialen, zal echter nooit zonder pijn tot stand komen. Ieder recyclingproces kent uitdagingen. Uiteindelijk maakt de winst voor mens, milieu en maatschappij die er tegenover staat het waard om voor recycling te blijven kiezen.

SBR-rubbergranulaat is veilig voor mens!

Ook Europees onderzoek concludeert: voetballen op kunstgras is veilig

Op 28 februari 2017 bevestigen onderzoekers van het European Chemicals Agency in Helsinki dat voetballen op kunstgras met rubberkorrels als vulling veilig is. Echa keek in opdracht van de Europese Commissie naar de gevolgen van sporten op kunstgraskorrels en kanker. De belangrijkste conclusie: De kans op kanker is heel laag gezien de concentratie polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's).

Kijk hier voor meer informatie.

RIVM: "Sporten op kunstgrasvelden met rubberkorrels is veilig en verantwoord"

Het RIVM bevestigde in december 2016 dat rubbergranulaat veilig is als instrooimateriaal op kunstgrasvelden. Meer informatie over dit onderwerp leest u op www.SBRcheck.nu

Op 20 december 2016 heeft het RIVM de resultaten van het onderzoek naar de risico's van sporten op kunstgras met rubbergranulaat bekend gemaakt. Goed nieuws: Volgens het RIVM is sporten op kunstgras met rubbergranulaat veilig. We zijn tevreden met de uitkomsten van dit nieuwe RIVM-onderzoek. Ze bevestigen de resultaten van honderden eerdere onderzoeken die ook al concludeerden dat er geen milieu- en gezondheidsrisico's zijn bij het sporten op kunstgras van rubbergranulaat. Het is goed dat alle voetballers, ouders, gemeenten, sportclubs en vrijwilligers hun velden kunnen blijven gebruiken zonder zich zorgen te hoeven maken. We begrijpen goed dat zij zeker willen zijn dat hun kunstgras veilig gebruikt kan worden. Die zekerheid hebben ze nu opnieuw gekregen. Met alle voordelen van dien: de sporttechnische eigenschappen zijn onbetwist, de kosten voor aanleg en onderhoud zijn laag in vergelijking met andere infill-materialen en -systemen, de levensduur is lang en er kan het hele jaar op gespeeld worden. Veiligheid, zowel op de weg als in afgeleide producten, staan voor de bandenbranche altijd voorop. We hebben ons daar altijd hard voor gemaakt en dat zullen we ook in de toekomst blijven doen.

De oproep van het RIVM om tot een specifieke gezondheidsnorm voor het rubbergranulaat te komen, onderschrijven wij volledig. Wat ons betreft kan dit al op korte termijn worden gerealiseerd.

Download hier het rapport van het RIVM.

"Conclusie van het RIVM is verantwoord"

Emeritus hoogleraar en toxicoloog Gerard Mulder, erelid van de Gezondheidsraad, heeft het RIVM-rapport bestudeerd en bevestigt dit: Het rapport beschrijft in detail de manier waarop het RIVM heel zorgvuldig tot zijn conclusie komt dat het gebruik van de velden veilig is. Inderdaad blijkt uit de verzamelde gegevens dat de te verwachten blootstelling van gebruikers van de velden aan een groot aantal stoffen in het rubbergranulaat zo laag is dat er geen reden tot zorg is. Ik deel die mening: de manier waarop naar de risico’s is gekeken op grond van kennis over de toxiciteit van de verschillende stoffen is geheel verantwoord. De conclusie dat de risico’s verwaarloosbaar zijn wordt transparant onderbouwd. Het RIVM concludeert de het “veilig’ is. Dat is in het normale spraakgebruik de terechte conclusie. Dat een toxicoloog er altijd kanttekeningen bij kan maken is onvermijdelijk want er valt altijd wel een aanvullende vraag te stellen: toxicologie is geen wiskunde!”

Alternatieven rubberkorrels bestaan al jaren, maar duurder en onvoldoende onderzocht

Op 7 februari stond er in de Volkskrant een artikel over de normering van rubbergranulaat en een alternatief materiaal dat in 2015 voorhanden zou zijn geweest. De Volkskrant schrijft dat dit alternatief geen kans kreeg door een sterke lobby van de bandenbranche. Het artikel wekt de suggestie dat sporten op rubbergranulaat niet veilig is en dat de branche het eigenbelang boven het belang van gezond sporten stelt. Als branche herkennen wij ons niet in dat beeld, daarom delen we hierbij graag onze reactie:

Alternatieven zijn al jaren voorhanden. Denk daarbij aan bijvoorbeeld EPDM, TPE en kurk. Voor alle alternatieven geldt, zoals ook door het RIVM gesteld, dat deze niet onderzocht zijn op gezondheidseffecten. Daarnaast zijn de speeleigenschappen van kunstgras met rubbergranulaat superieur en zijn de kosten ervan vaak vele malen lager dan voor de alternatieven. Dit, en de bijdrage die rubbergranulaat levert aan de circulaire economie door het recyclen van banden, zijn voor aannemers, gebruikers en veldbeheerders de voornaamste redenen om te kiezen voor rubbergranulaat.

Voor het alternatieve materiaal dat in de Volkskrant wordt genoemd, geldt dat dit alleen een kans zou hebben gehad op de Nederlandse markt als rubbergranulaat verboden zou worden.

In tegenstelling tot de alternatieven, is de veiligheid van sporten op rubbergranulaat wél uitgebreid onderzocht. Sporten op het materiaal is veilig, was de ondubbelzinnige conclusie uit het RIVM-rapport en de meer dan honderd studies die daarvoor al waren uitgevoerd. Ook een in januari gepubliceerd onderzoek van het Washington State Department toont opnieuw aan dat er geen verband is tussen sporten op rubbergranulaat en het ontwikkelen van kanker. De Vereniging Band en Milieu heeft bovendien namens de banden- en wielenbranche een nieuwe, specifieke gezondheids- en milieunorm voor rubbergranulaat van autobanden (SBR-granulaat) op Nederlandse kunstgrasvelden in voorbereiding. Deze norm moet worden geborgd met een nieuw certificeringssysteem, waarmee ook controle op naleving wordt vastgelegd.

Onderzoek van de bandenbranche

Maatschappelijke roep om meer duidelijkheid en eenduidigheid

Band en Milieu legt nieuwe norm voor rubberkorrels op

Er gelden per 1 maart a.s. nieuwe normen voor de gehalten Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAKs) in rubbergranulaat voor kunstgrasvelden. Van de acht belangrijkste PAKs mag voortaan in totaal maximaal 20 mg/kg in het granulaat zitten. Deze norm is in lijn met de bevindingen van het RIVM dat rubbergranulaat met die gehalten PAKs veilig zijn om op te sporten. Deze nieuwe norm wil Band en Milieu (BEM) verplicht stellen en opleggen aan de BEM-gecertificeerde producenten van rubberinfil van gerecyclede voertuigbanden. De norm moet helderheid voor alle betrokkenen verschaffen en voorkomen dat de 'normendiscussie' over rubbergranulaat blijft voortwoekeren. Ook komt er een stringent monitorings- en controlesysteem dat zorg draagt voor de naleving van regels voor herkomst en samenstelling. Lees hier het hele persbericht.

 

Onderzoek op de velden door SGS

Na de uitzending 'Gevaarlijk spel' van Zembla begin oktober is er onrust ontstaan over de veiligheid van kunstgrasvelden met rubbergranulaat. In reactie daarop zijn de Vereniging Band en Milieu en VACO een onderzoek gestart zodat gemeenten en sportbesturen kunnen controleren of hun veld veilig is.

Analyses van onderzoeksbureau SGS: rubbergranulaat ruim binnen veiligheidsmarges

Eerste vijfhonderd kunstgrasvelden laten lage concentraties PAKs zien

Onderzoek van SBR-granulaat op zo’n vijfhonderd Nederlandse kunstgrasvelden laat zien dat de concentraties aan Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAKs) laag zijn. Dit blijkt uit testen van het onderzoeksbureau SGS in opdracht van de bandenbranche. Deze uitkomsten zijn in lijn met de conclusies die het RIVM vandaag publiceerde. Volgens het RIVM leiden deze concentraties niet tot gezondheidsrisico’s. Enkele weken geleden maakte de branche de resultaten bekend van de eerste honderd onderzochte velden, waar vergelijkbare concentraties PAKs te zien waren.

PAKs zijn chemische verbindingen die kunnen ontstaan bij bijvoorbeeld barbecueën en verbrandingsprocessen. Ze ontstaan ook in lage concentraties bij de productie van sommige grondstoffen voor autobanden. Overigens zitten de PAKs natuurkundig gezien 'gevangen' in de matrix van het autobandenrubber. Zij kunnen hieruit niet zomaar weglekken of opgenomen worden via bijvoorbeeld huidcontact. Verschillende internationale wetenschappelijke studies door overheden, universiteiten en onderzoeksinstituten hebben geconcludeerd dat de biologische beschikbaarheid van PAKs in het SBR-rubbergranulaat dat voor kunstgras wordt gebruikt zo beperkt is dat hier geen gezondheidsrisico aan is verbonden.

In de afgelopen twee maanden heeft SGS monsters van rubbergranulaat op zo’n duizend velden genomen, nadat gemeenten en sportclubs hun kunstgrasvelden voor bemonstering konden opgeven via www.sbrcheck.nu. Nu zijn de resultaten van 500 velden bekend. Hierbij zijn de concentraties van in totaal 18 PAKs gemeten. De laagste cumulatieve waarde voor alle 18 PAKs bedroeg 12,0 mg/kg, terwijl de hoogste waarde op 112,7 mg.kg uitkwam. In zijn rapport “Beoordeling gezondheidsrisico’s door sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat”, dat vandaag is gepubliceerd, stelt het RIVM: “De bijdrage van blootstelling aan PAK’s door rubbergranulaat (37-98 ng/dag) is klein ten opzichte van de normale blootstelling voor volwassenen via voedsel (1.800-4.900 ng/dag). In haar rapport pleit RIVM desondanks voor een lagere norm voor PAKs in rubbergranulaat. De industrie onderschrijft dit en zal hierover op korte termijn een initiatief bekend maken.

Door de Europese Unie is bepaald dat rubbergranulaat een mengsel is dat maximaal 1000 mg/kg van 18 geselecteerde PAKs mag bevatten. Voor het rubbergranulaat in kunstgras hanteren de Nederlandse producenten, in samenspraak met de overheid, al sinds 2008 een niet-wettelijk vastgelegde veiligheidsnorm van maximaal 75 mg/kg voor de som van 10 door het vroegere ministerie van VROM geselecteerde PAKs. In het persbericht van 21 december 2016 pleit de branche voor een strengere norm voor de meest carcinogene PAKs.

"Het is goed om te zien dat de tot nu toe onderzochte velden ruim binnen de bekende normen blijven, ook binnen de strengere norm die we onszelf al jaren geleden hebben opgelegd", stelt Kees van Oostenrijk van Vereniging Band en Milieu. "Uit de metingen die de producenten van SBR-granulaat regelmatig uitvoeren, blijkt dat het PAK-gehalte in het rubbergranulaat van autobanden al enige jaren steeds verder afneemt. De bandenbranche doet er alles aan om met nieuwe technologische kennis het gehalte nog verder terug te brengen."